
Kees Kok – Drs Cornelis, Gijsbertus, Joseph, Amsterdam 1948 –, studeerde na zijn Gymnasiumopleiding aan het RK seminarie Hageveld te Heemstede, met enige onderbrekingen theologie aan de Katholieke Theologische Hogeschool van Amsterdam, waar hij in 1980 afstudeerde met een doctoraalscriptie over liturgie. Van 1968–1980 was hij dirigent van verschillende kerkkoren in Amsterdam.
Van 1980 tot aan zijn pensioen in 2018, werkte hij als studiesecretaris in de Stichting Leerhuis & Liturgie en in de Amsterdamse Studentenekklesia (Ekklesia Amsterdam) intensief samen met de dichter Huub Oosterhuis, wiens liturgische werk hij verspreidde, promootte en in het Duits vertaalde. Ter promotie van Oosterhuis’ liederen verzorgde hij met componist en dirigent Tom Löwenthal en (o.a.) pianist Henri Heuvelmans in Nederland zo’n honderdvijftig en in de duitstalige landen circa zeventig ‘liturgische lieddagen’.
Naast honderden preken schreef hij artikelen over uiteenlopende onderwerpen, met name in Werkschrift, Roodkoper en de Maandbrief – later Kwartaalschrift, nu Tegengif.
Hij schreef, vertaalde en/of redigeerde een twintigtal boeken, waaronder De vleugels van een lied. Over de liturgische poëzie van Huub Oosterhuis (1990), De kunst van de liturgie (2004), Abel, sta op. 70 gedichten van Hilde Domin, Onmogelijk geloof. De onbeantwoorde vragen van Franz Overbeck (2018) en Paradijs gezocht. Joodse poëzie van voor en na de Sjoa (2019).
Sinds 2021 is hij voorzitter van Stichting Huub Oosterhuis Fonds dat als doelstelling heeft het werk van Oosterhuis te borgen: te bewaren en te verspreiden. Daarin en daarnaast zet hij, ook na het overlijden van Huub Oosterhuis, op 9 april 2023, zijn eerder genoemde werkzaamheden onverminderd voort.Kees Kok is in 1974 getrouwd met Maartje. Zij hebben drie zonen, vijf ‘eigen’ en twee ‘bonus’-kleinkinderen. Op 11 mei 2024 vierden zij hun vijftigjarig huwelijk. Bij die gelegenheid publiceerde hij in eigen beheer zijn autobiografische verhalen onder de titel Losgezongen.